Victim blaming en shaming

victim-blaming-and-shaming

Vorige week sprak ik een zorgcoördinator die studenten begeleidt bij een ROC. Ze vertelde mij dat een van haar studenten sinds de lockdown in maart nauwelijks naar buiten gaat. De student ontvangt al vaak onbeschofte opmerkingen van wildvreemde mensen over haar postuur. Op straat, in de winkel, op Instagram en Facebook. Maar sinds de uitspraak van IC hoofdarts Peter van der Voort dat 80% van de corona patiënten overgewicht heeft, krijgt ze te horen dat “mensen zoals zij” de bedden op de Intensive Care (IC) bezet houden. Ze voelt zich onveiliger dan ooit.

Wat is victim blaming

Victim blaming betekent slachtofferbeschuldiging of schuldvraagomkering. Het is een vorm van morele ontkoppeling waarbij een dader of omstanders de schuld bij het slachtoffer leggen (bron: Wikipedia). Ze stellen dat het slachtoffer de situatie aan zichzelf te wijten heeft. Een bekend voorbeeld van victimblaming is de reactie die slachtoffers krijgen, nadat ze aangerand zijn: “Dan had je maar niet zo laat in de avond in een kort rokje over straat moeten lopen”. 

Omkering van rollen

Bij victim blaming treedt een omkering van rollen plaats. De suggestie wordt gewekt dat het slachtoffer enkel en alleen verantwoordelijk is. Omstanders zetten slachtoffers weg als naïef of dom. In sommige situaties spreken ze er schande van. Zoals bijvoorbeeld bij shamesexting, waarbij een naaktfoto ongewenst verspreid is via internet. Verspreiders van de foto verschuilen zich achter het feit dat zij de foto in de eerste plaats niet gemaakt hebben en drukken er een stempel van onfatsoenlijkheid op. Dit “shame-on-you” effect maakt het voor een slachtoffer extra moeilijk om hulp te vragen. Het schaamtegevoel is al groot, evenals de angst om afgewezen te worden door vrienden of familieleden. En de dader blijft in dit geval buiten beeld. Evenals de omstanders, die de foto klakkeloos doorsturen en hun handen in onschuld wassen.

Vele gedaanten

Victim blaming neemt vele gedaanten aan. Denk aan het goedpraten van pesten: “Ja, maar hij doet ook altijd zo raar. Hij vraagt er gewoon om.” of de reactie die slachtoffers van Tikkiefraude doorgaans krijgen: “Wel heel naïef. Je stuurt als verkopende partij toch geen Tikkie aan een wildvreemde?”. Maar ook fatshamen behoort tot dit begrip.

Zo liet Jort Kelder, voormalig hoofdredacteur van Quote 500 zich minachtend uit over patiënten met corona die op de IC lagen: “We zijn nu 80-plussers die te dik zijn en gerookt hebben aan het redden.” Columnist Bert Wagendorp deed er een schepje bovenop in zijn column “Adipositas” in de Volkskrant: “Roken, drinken, schransen, be my guest. Althans tot een van mijn geliefden dringend een ic-bed nodig heeft en die allemaal zijn bezet door zwaarlijvige coronapatiënten.”

Beiden impliceren dat zwaarlijvige patiënten de effecten van corona aan zichzelf te wijten hebben. Het is hun eigen schuld. Omdat ze overgewicht hebben, houden ze ook nog de IC bezet en zijn ze de veroorzakers van de lockdown. In de snelheid van de redenering wordt vergeten dat je corona krijgt van een virus, en niet van een hoge leeftijd of een leefstijl.

Victim blaming en schoolveiligheid

Iedereen heeft wel eens – direct of indirect – te maken met victim blaming. Op scholen komen we victim blaming tegen in relatie tot (online) pesten en shamesexting. Onterechte schuldtoewijzing en het bestraffende vingertje van ouders, leraren en leeftijdsgenoten vergroten de last van slachtoffers. Wat kunnen ouders of scholen doen indien leerlingen of studenten de schuld bij een slachtoffer leggen?

  • Zodra zich een schuldvraag aandient, neem dan een moment om je gedachten te ordenen. Wat zijn de feiten? Wat is er gebeurd en wie heeft wat gedaan? Langs deze weg komt ook een mogelijke dader in beeld en wordt inzichtelijk hoe omstanders reageren op het slachtoffer. Maak dit proces zichtbaar, laat zien hoe de groepsdynamiek te werk gaat.
  • Realiseer dat slachtoffers met schuldgevoelens kampen. Commentaar leveren vanaf de zijlijn is makkelijk. Het maakt het voor het slachtoffer nog moeilijker om hulp te vragen. De reactie van de omgeving doet er toe. Maak leerlingen hiervan bewust.
  • Keer de discussie om: ga achter het slachtoffer staan. ‘Wat ontzettend vervelend voor haar!’- ‘Hoe moet ze zich wel niet voelen?’ ‘Het zal je maar gebeuren”.
  • Doe een beroep op het invoelingsvermogen van leerlingen. ‘Stel je voor dat dit jou of je zusje/broertje overkomt!’
  • Behandel dit thema tijdens een (mentor)les aan het begin van het schooljaar. Een stukje bewustwording helpt leerlingen te reflecteren op hun eerste reactie en het gedrag van anderen.

Zondebok 

De ongenuanceerde uitspraken hebben ertoe geleid dat fatshaming sinds de corona uitbraak een nieuwe dimensie erbij heeft gekregen, met het risico dat mensen met obesitas de zondebok worden. Het hoofd koel houden en emotionele uitspraken met ratio te lijf gaan, helpt in dit soort situaties de discussie zuiver te houden.

Opgelucht

Na het gesprek met haar zorgcoördinator voelde de student zich gesteund. Samen hebben ze doorgesproken hoe ze kan reageren bij onverwachte opmerkingen op straat en bij fatshame-comments op social media. Ze was opgelucht dat ze om hulp had gevraagd.

Meer lezen?

Wil je meer weten over victim blaming, online veiligheid en groepsdruk, lees de blogs: online pesten en groepsgedrag en Digitale stickers: waar eindigt de grap?


SocialmediaIMPACT is gespecialiseerd in mediawijsheid, social media en aanpak cyberpesten en verzorgt teamtrainingenouderavonden en gastlessen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en het MBO. 


 

Delen op social media
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email